vrijdag 12 mei 2017

Tranen op mijn Ajax dekbedovertrek

Ik huil niet zo heel snel. Eigenlijk alleen wanneer ik half dronken op zondagavond vijf minuten na het sluiten van de afhaalchinees aan de dichte poort van diezelfde afhaalchinees sta te rammelen. Of wanneer ik lees dat Dionne Stax eigenlijk met iedereen naar bed gaat, behalve met mij. Maar nu kan ik het niet langer ontkennen: ik heb tranen gelaten om Ajax. Dat klinkt heel soft, maar ik voelde me juist hardcore. Mijn Ajax, ooit de beste van de wereld - maar afgezakt naar een Europees lachertje, staat aan de vooravond van iets grandioos. En daar werd ik sentimenteel van. Nu pas snap ik hoe speciaal het was dat ik de Champions League finales tegen Ac Milan en Juventus bewust als supporter heb meegemaakt.


U kunt het stom toeval noemen, zelf ben ik ervan overtuigd dat het zo heeft moeten zijn. Ik ben geboren in 1985. Het WK voetbal van 1994 was mijn eerste bewuste tijd als voetballiefhebber. In de nachtelijke uren zat ik samen met vaders onder het genot van een beschuitje met kaas en een kop thee te kijken naar de verrichtingen van Oranje in Amerika. Na dit WK ging ik als negenjarig nieuwbakken kereltje op dezelfde voet verder met het volgen van Ajax. En eerlijk, ik had me geen beter seizoen kunnen wensen. Als een jongensboek, zo zou je het kunnen omschrijven. Eigenlijk is het te bizar voor woorden, als klein Nickje volg je voor het eerst bewust de verrichtingen van je favoriete club en prompt zijn ze de beste club ter wereld.


Wat als nadelig gevolg had dat ik niet dacht dat we konden verliezen. Nu deden we dit ook maar mondjesmaat, maar de eerste vier verlies beurten staan me nog helder op het netvlies. Mijn Ajax beulen, zo noem ik ze. Mike Obiku. Henry V/d Vegt. Milco Pieren. Kristof Warzycha. Dit waren de heren die mijn Ajax de das omdeden. Om dit trauma enigszins te verwerken, heb ik vier hamsters gekocht, deze vier diertjes de namen gegeven van de hierboven genoemde heren. Om vervolgens de vier beestjes door een papierversnipperaar te halen. U moet weten, dat lucht op. (Ik had bij de lokale dierenhandel ook nog een bestelling geplaatst van elf ratten, die ik eerst vol met epo wou stoppen, zwart/witte strepen op hun vachtje zou gaan schilderen en ze daarna als levende Voodoo poppen te gebruiken bij wedstrijden van Juventus. Inclusief hete breinaalden en een Afrikaanse paringsdans, mijn moeder vond dit alleen wel iets te ver gaan, dus zie ik hier - voorlopig - van af)


Vanaf die gloriejaren is het een poosje niet zo lekker gegaan met mijn Ajax. Meer dan eens kwam het voor dat we in de voorronde van de voorronde voor de voorronde Uefa cup werden uitgeschakeld door wereldberoemde clubs als Lausanne Sports. Het was soms even doorbijten, dit maak je dus blijkbaar ook mee als supporter. En nu? Nu gaan mijn gedachten weer heel vaak terug naar de momenten die ik beleefde als puber in wording en kersverse Ajacied. De gloriejaren in Nederland, Europa en ver daarbuiten. De vergelijkingen zijn eng. Heel eng. Opnieuw een dozijn vol talentvolle spelers uit de eigen jeugdopleiding. Opnieuw een trainer met een eigen kijk op voetbal, wel een kijk die ik als Ajax supporter een warm hart toe draag.  

In 1996 moest ik huilen om het doelpunt van Henry V/d Vegt namens Willem2 tegen Ajax, heel zachtjes daalden mijn kinderlijke tranen neer op mijn rood/witte Ajax dekbedovertrek. Nu, twee decennia later, laat Ajax mij weer huilen. Mijn Ajax dekbedovertrek is intussen vervangen voor een kekke groene variant van IKEA, maar mochten we de finale winnen, dan slaap ik die nacht weer onder mijn Ajax dekbedovertrek. En laat ik mijn tranen opnieuw neerdalen op het kussen. Nu niet van verdriet, maar opnieuw van vreugde.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen